UPCOMING SHOWS

 

 

 

HOME

STUDIO/OBSERVATIONS

 

 

 

gallery/4

 

 

NEGATIVE CHART' 2019

 
 
Zijn linkerbil bedekt het doucheputje waardoor de douchebak langzaam volloopt met water. Hij tilt daarom zo nu en dan zijn linkerbil op, zodat de douchebak niet overstroomt, waarna hij zijn bil langzaam laat zakken om de bak weer te vullen met water. Hij kijkt al een uur door het gaatje dat speciaal daarvoor in het douchegordijn lijkt te zijn gemaakt, naar de regen buiten. Dat douchegordijn, met daarop een geïllustreerde zee en wat omhoog springende dolfijnen hangt er al jaren, maar het gaatje heeft hij pas vorig jaar ontdekt. Sindsdien steekt hij zijn vinger door het gaatje en wiebelt deze dan langzaam heen en weer en zegt zacht: ‘Hallo, hier ben ik!’ Daarna is het stil, want niemand zegt iets terug.
        Door het gewiebel met zijn vinger wordt het gaatje in het gordijn steeds groter. Plots past er een tweede vinger bij en daarna zelfs een derde. Er ontstaat een gat in de zee waar een dolfijn overheen lijkt te springen. ‘Hallo, hier ben ik!’ Hij stopt er nog een vinger bij waardoor het gaatje openscheurt, zijn hele hand er doorheen schiet en de dolfijn in een groot leeg gat lijkt te verdwijnen. Hij trekt van schrik zijn hand terug en kijkt door het gat naar buiten. Hij ziet dat het inmiddels is gestopt met regenen, tilt nog een keer zijn bil op en laat het laatste beetje opgespaarde water wegstromen. 

WEBSITE by RUBEN PLANTING

HIER ZIJN WIJ

Hij draait de kraan van de douche dicht en schuift het douchegordijn opzij, waardoor ook de rest van de dolfijnen lijken te verdwijnen. Wanneer hij beneden komt, zit zijn vrouw met natte haren en zonder kleding aan, aan de nog gedekte tafel waar ze eerder die avond aan gedineerd hadden.

Ze is naakt en haar dunne haar plakt tegen haar, door de tijd veranderde gezicht aan. Net zoals haar natte benen blijven plakken tegen het leer van de witte eetkamerstoel waarop ze op hem heeft zitten wachten. Buiten in de achtertuin heeft ze het maar een paar minuten volgehouden. Ze kreeg het koud en het is niet het seizoen om buiten in de regen te gaan staan, ook niet als je probeert je man te begrijpen. Ze heeft één keer, via het trapgat met beide handen rond d’r mond, teruggeroepen: ‘Hier zijn wij!’ Het was niet naar hem gericht, maar naar datgene waarin ze elkaar niet meer begrijpen. Misschien had ze gewoon naar boven moeten lopen en het douchegordijn weg moeten trekken, om zo daarna naast hem te gaan zitten. Dan hadden ze samen kunnen roepen, terwijl de zee tegen hun voorhoofden plakt.